Grondslagen voor de financiële verslaggeving

N.V. Eneco Beheer (‘de vennootschap’) is een vennootschap naar Nederlands recht, statutair gevestigd te Rotterdam en houdstermaatschappij van dochterondernemingen, deelnemingen in joint operations en joint ventures alsmede geassocieerde deelnemingen (deze gezamenlijk aangeduid als 'de Groep').

Vanuit haar missie ‘duurzame energie van iedereen’ investeert de Groep in de verdere verduurzaming van de energieketen met als doel energie ook op langere termijn schoon, leverbaar en betaalbaar te houden voor onze klanten. De Groep richt zich op innovatieve energiediensten en producten. Hiermee kunnen klanten energie besparen, zelf of samen duurzame energie opwekken en energie terugleveren aan het energienet. Daartoe worden nieuwe diensten ontwikkeld die vorm en inhoud geven aan de energietransitie, onder meer via het platform Toon®, innovatieve flexdiensten en diensten gericht op energiebesparing. De Groep is behalve in Nederland ook actief in België, Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.

Tot 1 juli 2016 verzorgde de Groep het transport van energie (elektriciteit en gas). Deze activiteiten zijn afgestoten buiten de Groep als gevolg van de splitsing van destijds Eneco Holding N.V. (thans Stedin Holding N.V.) in een energie- en netwerkbedrijf. Deze netwerkactiviteiten zijn als een ‘dividend in natura’ uitgekeerd aan aandeelhouder Stedin Holding N.V. (zie toelichting 6).

De belangrijkste strategische samenwerkingsverbanden betreffen deelnemingen, participaties en lidmaatschappen in windparken, zowel onshore als offshore, in start-ups en in coöperaties. Daarnaast neemt de Groep ook deel in de energiecentrale Enecogen VOF en in Groene Energie Administratie B.V. (Greenchoice).

Tenzij anders vermeld, zijn alle bedragen opgenomen in miljoenen euro.

De halfjaarcijfers zijn opgesteld in overeenstemming met IAS 34 'Tussentijdse financiële verslaggeving' waarbij de geconsolideerde balans, het geconsolideerde kasstroomoverzicht en het geconsolideerd mutatie-overzicht groepsvermogen in verkorte vorm zijn gepresenteerd. Deze cijfers dienen te worden bezien in samenhang met de geconsolideerde jaarrekening 2016 van de Groep. De geconsolideerde jaarrekening 2016 is opgesteld in overeenstemming met de per 31 december 2016 geldende International Financial Reporting Standards (IFRS), zoals goedgekeurd door de Europese Commissie, en Titel 9 Boek 2 BW. Vanaf 1 januari 2017 is naar aanleiding van een herbeoordeling op grond van IFRS 11 ‘Joint Arrangements’ een 50%-participatie in een samenwerkingsverband niet langer als een joint operation verantwoord in de geconsolideerde jaarrekening maar als een joint venture.

Deze halfjaarcijfers zijn geautoriseerd voor publicatie door de Raad van Bestuur op 25 juli 2017.

Waarderingsgrondslagen

Waarderingsgrondslagen

De waarderingsgrondslagen en de grondslagen voor consolidatie van de halfjaarcijfers zijn consistent met de beschreven grondslagen in de jaarrekening 2016.

Oordelen, schattingen en veronderstellingen

Het opmaken van deze halfjaarcijfers brengt mee dat het management oordelen, schattingen en veronderstellingen toepast die van invloed zijn op de verantwoorde bedragen en op de niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen. Dit betreft in het bijzonder de opbrengst van verkopen aan kleinverbruikers, de gebruiksduren van materiële vaste activa, de bepaling van de reële waarde van de relevante activa en verplichtingen, bijzondere waardeverminderingen van activa en de omvang van voorzieningen. De toegepaste oordelen, schattingen en veronderstellingen zijn gebaseerd op marktgegevens, kennis, ervaring uit het verleden en andere factoren die onder de gegeven omstandigheden als redelijk worden beschouwd. De werkelijke resultaten kunnen echter afwijken van de gemaakte schattingen. Toegepaste oordelen, schattingen en veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld.

Schattingswijzigingen worden verwerkt in de periode waarin de schattingen worden herzien indien de wijzigingen alleen op deze periode betrekking hebben. Indien de schattingswijziging tevens betrekking heeft op toekomstige perioden vindt wijziging prospectief plaats in de hiervoor relevante perioden.

Seizoenspatroon van de activiteiten

De levering en opwekking van energie is seizoensgebonden. In het winterseizoen bestaat een grotere vraag naar energie voor verwarming. In het zomerseizoen ontbreekt deze grotere energiebehoefte en wordt gedeeltelijk gecompenseerd door hogere energiebehoefte voor koeling van gebouwen. De opwekking van elektriciteit is afhankelijk van de vraag en de marktprijzen. De opwekking van duurzame energie is voornamelijk seizoensgebonden. Onder normale omstandigheden is de productie van windenergie hoger in de periode oktober tot en met maart en van zonne-energie in de zomermaanden. De productie van energie uit biomassa toont een stabiel patroon over het jaar.

Bedrijfscombinaties

In het eerste halfjaar 2017 hebben vijf acquisities plaatsgevonden. Dit betreffen het energiebedrijf LichtBlick Holding AG en vier kleine zonneparken, die gezien hun materialiteit niet verder zijn toegelicht.

Acquisitie LichtBlick

Per 28 februari 2017 heeft de Groep de aankoop van een 50%-deelneming in LichtBlick Holding AG afgerond, nadat er toestemming was verkregen van de Duitse mededingingsautoriteiten. LichtBlick is een toonaangevend duurzaam energiebedrijf,gevestigd in Hamburg, met 500 medewerkers dat duurzame energie levert aan meer dan 645.000 klanten. Er is een strategische, evenals een culturele fit tussen de twee bedrijven. Het nieuwe partnerschap versterkt de kracht van de Groep in de West-Europese energiemarkt door investeringsmogelijkheden, gecombineerde ervaringen in de belangrijkste energiemarkten en een groot klantenbestand. Tevens heeft de Groep het recht verkregen om in de periode tot eind 2018 het resterende belang in dit bedrijf te kopen. De Groep heeft daarmee volgens IFRS ‘control’ verkregen en consolideert de cijfers van LichtBlick volledig mee sinds de acquisitiedatum. Vanaf de acquisitiedatum heeft de Groep recht op 100% van de resultaten van LichtBlick en over het niet-geacquireerde belang zal een rentevergoeding worden betaald. De voorwaardelijke verplichting voor de resterende acquisitieprijs van het nog te verwerven belang is niet als een minderheidsbelang gepresenteerd, maar is als ‘Rentedragende schuld’ onder de langlopende schulden verantwoord.

In het geval de Groep geen gebruik zou maken van het recht om het resterende belang te verwerven, dan kan de Groep verplicht zijn om dit belang alsnog te acquireren gedurende januari 2019 voor de resterende acquisitieprijs minus een korting. Voor de reeds geacquireerde aandelen is een (voorlopige) koopprijs in contanten betaald van € 169 mln. Besluit de Groep om het resterende belang te acquireren dan is hier naar verwachting een investering mee gemoeid van ca. € 0,2 mld. De omvang van deze investering is bepaald rekening houdend met afspraken inzake een voorwaardelijke vergoeding, welke afhankelijk is van het behalen van bepaalde resultaatcijfers door LichtBlick voor de boekjaren 2017 en 2018.

De definitieve koopprijs voor de aandelen van LichtBlick is afhankelijk van verrekening van specifieke posten (met name werkkapitaal) en is op balansdatum 30 juni 2017 nog niet volledig bekend. De verrekening kan de allocatie van de koopprijs aan de – op reële waarde gebaseerde – geïdentificeerde activa en verplichtingen in beperkte mate beïnvloeden. Om die reden is deze acquisitie als ‘voorlopig’ verwerkt in de halfjaarcijfers 2017. De goodwill die is ontstaan bij deze bedrijfscombinatie wordt vooral gerechtvaardigd door de strategische en culturele fit tussen beide bedrijven en mogelijk te behalen synergievoordelen bij de verdere ontwikkeling van energiebesparingsoplossingen voor klanten. De goodwill is fiscaal niet aftrekbaar. De reële waarde van de verkregen handelsdebiteuren en overige vorderingen bedraagt € 63 mln. De bruto contractwaarde hiervan bedraagt € 68 mln. waarvan € 5 mln. wordt ingeschat als niet-inbaar per acquisitiedatum.

De kosten gerelateerd aan deze overnametransactie bedragen circa € 5,5 mln. waarvan € 3,5 mln. ten laste van het resultaat 2017 (Overige bedrijfskosten). LichtBlick draagt vanaf acquisitiedatum bij aan de opbrengsten van de Groep voor totaal ca. € 222 mln. (incl. vergoeding transportkosten voor de netbeheerders en energiebelasting) en levert een positief resultaat na belastingen van ca. € 1 mln. De opbrengsten en het resultaat na belastingen van de Groep indien deze acquisitie op 1 januari 2017 zou hebben plaatsgevonden, bedragen voor het eerste halfjaar 2017 € 1.741 mln., respectievelijk € 102 mln.

In de tabellen hieronder zijn de (voorlopige) bedragen van de verkregen activa en verplichtingen tegen reële waarde opgenomen en de (voorlopige) berekening van het bedrag aan goodwill.

x € 1 mln.

Totaal

Materiële vaste activa

16

Immateriële activa

266

Voorraden

1

Debiteuren- en overige vorderingen

63

Liquide middelen

56

Uitgestelde belastingverplichtingen

-85

Actuele belastingschulden

-9

Crediteuren en overige schulden

-102

Totaal reële waarde verkregen netto activa

206

x € 1 mln.

Totaal

Betaalde overnamesom met liquide middelen

169

Voorwaardelijke verplichting voor tranche 2 van de aandelen

179

Verkregen netto activa gewaardeerd op reële waarde

-206

Goodwill (voorlopig)

142

Belastingen

De effectieve belastingdruk bedraagt 23,8 % (eerste halfjaar 2016: 22,2 %). Door het gebruik van fiscale stimuleringsmaatregelen (Energie InvesteringsAftrek) komt de effectieve belastingdruk lager uit dan het nominale tarief voor de vennootschapsbelasting.

Beëindigde bedrijfsactiviteiten (en activa aangehouden voor verkoop)

In 2016 zijn de netwerkactiviteiten geclassificeerd als een beëindigde bedrijfsactiviteit ten behoeve van de voorbereidingen op de splitsing van Stedin Holding N.V. (thans in een energie- en een netwerkbedrijf op 31 januari 2017). De netwerkactiviteiten zijn in juli 2016 overgedragen aan Stedin Holding N.V. De resultaten van de netwerkactiviteiten in het eerste halfjaar 2016 zijn tot het moment van overdracht gesaldeerd gepresenteerd als resultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten. De kasstromen van de beëindigde bedrijfsactiviteiten over het eerste halfjaar 2016 bedragen € 17 mln. negatief, bestaande uit € 165 mln. kas-instromen uit operationele activiteiten en € 182 mln. kas-uitstromen uit investeringsactiviteiten.

De activa aangehouden voor verkoop (en de daarmee samenhangende verplichtingen) in de balans betreffen enkele warmte-infrastructuren en –installaties. Voor verdere toelichting wordt verwezen naar de jaarrekening 2016 van de Groep.

Afgeleide financiële instrumenten en reële waarde

De afgeleide financiële instrumenten zijn naar de volgende niveau's te verdelen:

Per 30 juni 2017

Niveau 1

Niveau 2

Niveau 3

Totaal

Activa

Energiecommoditycontracten

5

141

146

Rente- en valutaswapcontracten

12

12

Totaal

5

153

158

Verplichtingen

Energiecommoditycontracten

2

86

88

Rente- en valutaswapcontracten

4

4

Totaal

2

90

92

Per 31 december 2016

Niveau 1

Niveau 2

Niveau 3

Totaal

Activa

Energiecommoditycontracten

1

229

5

235

Rente- en valutaswapcontracten

1

9

10

Totaal

2

238

5

245

Verplichtingen

Energiecommoditycontracten

6

166

172

Rente- en valutaswapcontracten

13

13

Totaal

6

179

185

Met uitzondering van 31 december 2016 geen accountantscontrole toegepast.

In de Financiële Vaste Activa is per 30 juni 2017 € 73 mln (31 december 2016: € 90 mln.) als afgeleide financiële instrumenten opgenomen.

De reële waarde van de leningen per 30 juni 2017 bedraagt € 617 mln. (31 december 2016: € 432 mln.). De reële waarde van de leningen is benaderd door middel van de contante waarde methode. Hierbij is uitgegaan van relevante marktrentetarieven voor vergelijkbare schulden. Daarmee vallen de gegevens voor deze waarderingsberekening onder ‘niveau 2’ binnen de reële waarde hiërarchie.

Voor de waarderingmethodiek van financiële instrumenten wordt de volgende hierarchie gehanteerd:

Niveau 1

Onder niveau 1 worden financiële instrumenten verantwoord waarvan de reële waarde is gebaseerd op niet aangepaste marktprijzen van gelijke instrumenten in actieve markten.

Niveau 2

Onder niveau 2 worden financiële instrumenten verantwoord met een reële waarde gebaseerd op marktprijzen of prijsopgaven aangevuld met andere beschikbare informatie. Bij de waarderingsmethodiek wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van observeerbare marktprijzen. De waardering van niveau 2 energiecommoditycontracten is gebaseerd op marktprijzen of prijsopgaven voor liquide perioden voor onderliggende waarden als elektriciteit, gas (title transfer facility), olie-gerelateerde prijzen en emissierechten. Andere contracten worden gewaardeerd middels afstemming met de tegenpartij, in deze afstemmingen worden observeerbare forwardcurves van rente en valuta gehanteerd.

Niveau 3

Onder niveau 3 worden financiële instrumenten verantwoord die zijn gewaardeerd op basis van berekeningen waarin één of meer significante inputfactoren niet zijn gebaseerd op objectieve marktdata.

Groepsvermogen

N.V. Eneco Beheer heeft in januari 2017, in het kader van de splitsingsafspraken, € 351 mln. dividend ter beschikking gesteld aan Stedin Holding N.V. (aandeelhouder tot de splitsing van het energie- en distributiebedrijf; 2016: geen dividend). N.V. Eneco Beheer had een vordering op deze aandeelhouder die middels de dividenduitkering is verlaagd.

In het tweede halfjaar 2016 zijn de gereguleerde netwerkactiviteiten overgedragen en heeft een (interim dividend-) uitkering van € 3.449 mln. plaatsgevonden aan Stedin Holding N.V. Als gevolg van het afstoten van de gereguleerde netwerkactiviteiten is de herwaarderingsreserve van € 735 mln. vrijgevallen ten gunste van de ingehouden resultaten (binnen het eigen vermogen).

Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen

Juridische procedures

De Groep is betrokken bij een aantal juridische en regulatorische claims en procedures die verband houden met de bedrijfsactiviteiten, ofwel als eiser ofwel als gedaagde. Het management zorgt ervoor dat deze zaken goed behartigd worden.

Aansprakelijkheden en voorwaardelijke verplichtingen in relatie tot deze claims en procedures worden periodiek beoordeeld op basis van de meest recente beschikbare informatie. Hierbij wordt regelmatig gebruik gemaakt van de adviezen van juristen en andere specialisten. Een voorziening wordt alleen getroffen als een negatieve uitkomst van de procedure ‘waarschijnlijk’ (IFRS: 'probable') wordt geacht en het bedrag van het verwachte verlies redelijkerwijs kan worden ingeschat. De daadwerkelijke uitkomst van een claim of procedure kan anders zijn dan de eerder ingeschatte aansprakelijkheid, en als gevolg daarvan een materieel negatief effect hebben op de financiële prestaties en positie van de Groep.

De voorwaarden van het splitsingsprotocol, zoals opgenomen in de jaarrekening 2016 van de Groep, zijn ongewijzigd.

Overige niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen

De Groep heeft inkoopverplichtingen voor energie ter grootte van € 5,0 mld. (31 december 2016: € 5,8 mld.). Daartegenover staan reeds afgesloten verkoopverplichtingen, met name voor de zakelijke markt, ter grootte van € 3,3 mld. (31 december 2016: € 3,0 mld.). Deze inkoop- en verkoopcontracten hebben betrekking op toekomstige leveringen. Voor de inkoop van warmte zijn verplichtingen ter grootte van € 0,7 mld. (31 december 2016: € 0,7 mld.) aangegaan. De jaarlijkse verkoopverplichting voor onbepaalde tijd van warmte bedraagt € 0,3 mld. (31 december 2016: € 0,3 mld.).

De Groep heeft aan derden concern- en bankgaranties verstrekt ter grootte van € 0,3 mld. (31 december 2016: € 0,2 mld.), waarvan € 0,2 mld. (31 december 2016: € 0,1 mld.) door N.V. Eneco Beheer is afgegeven. De resterende concern- en bankgaranties zijn verstrekt door dochtermaatschappijen van N.V. Eneco Beheer waarvoor een 403-verklaring is afgegeven. De op 31 maart 2017 afgegeven bankgarantie door Eneco Wind België B.V. in verband met de aankoop van de in België gevestigde bedrijven Eni Gas & Power N.V. en Eni Wind N.V. is op 10 juli (feitelijke transactiedatum) terugontvangen en ingetrokken.

Transacties met verbonden partijen

Vanaf 1 februari 2017 is de Groep geen onderdeel meer van Stedin Holding N.V. in verband met de splitsing van het leverings- en energiebedrijf, verwezen wordt naar de jaarrekening 2016. Vanaf 1 februari 2017 zijn Stedin Holding N.V. en haar dochtermaatschappijen niet langer verbonden partijen van de Groep. Daarmee is de vordering in de balans op 31 december 2016 van de gerelateerde partijen van € 838 mln. gedaald naar nul.

Gebeurtenissen na balansdatum

Op 31 maart 2017 heeft Eneco België B.V. een contract getekend met de aandeelhouders van Eni Gas & Power N.V. en Eni Wind N.V. (beide gevestigd in België) voor de aankoop van die bedrijven. Deze overname heeft op 10 juli plaatsgevonden (nadat toestemming was verkregen van de Belgische mededingingsautoriteiten) door alle aandelen en de bijbehorende zeggenschap te verwerven van de betreffende vennootschappen en is volledig voldaan in geldmiddelen. Daarmee zet de Groep een belangrijke stap in haar ambitie om de Belgische energievoorziening nog verder te verduurzamen en wil de grotere slagkracht gebruiken om nog meer te investeren in lokale wind- en zonne-energie. Na de overname voorziet de Groep in België straks meer dan een miljoen huishoudens en 55.000 zakelijke klanten van elektriciteit en gas. Met deze aankoop is een investering gemoeid van ca. € 0,2 mld. excl. verrekening van ‘excess cash’ zoals is uitgewerkt in het koopcontract. Aangezien deze aankoop pas in juli tot stand is gekomen, heeft de allocatie van de koopprijs aan de – op reële waarde gebaseerde – geïdentificeerde activa en verplichtingen nog niet plaatsgevonden. Om die reden zijn de toelichtingsvereisten volgens IFRS 3.B64 (‘Business Combinations’) maar in beperkte mate toegepast in dit halfjaarbericht (sub (a) – (d)).

Op 22 juni 2017 heeft N.V. Eneco Beheer een GBP 100 mln. ‘facility agreement’ tegen variabele rente voor een periode van maximaal 5 jaar (22 juni 2022) afgesloten, waarbij tussentijdse aflossingen zijn toegestaan. Op 3 juli is het volledige bedrag van GBP 100 mln. als lening opgenomen.

Vorige paragraaf:
Geconsolideerd mutatieoverzicht groepsvermogen
Volgende paragraaf:
Beoordelingsverklaring